De waarde(ring) van ons bos

Koolstofkredieten (carbon credits) verdienen met ons bos klinkt lucratief en aantrekkelijk. Echter, wanneer wij de waarde van ons bos uitdrukken in tonnen CO2, dan onderwaarderen we ons bos. Ons bos met haar magie wordt gereduceerd tot een koolstofvolume. Bosgerelateerde koolstofmarkten (carbon markets) hebben ook een koloniaal karakter. Zo betoogt sociaal geograaf Ravic Nijbroek.
Tekst Ravic NijbroekBeeld dWT Archief
Nowadays people know the price of everything and the value of nothing – Oscar Wilde

ADVERTISEMENT

Guyana heeft recentelijk 750 miljoen US dollars aan carbon credits (koolstofkredieten) verkocht. Vorige week is in Montreal, Canada tijdens de 15e conferentie van de Raamverdrag inzake Biologische Diversiteit (COP15) van de Verenigde Naties (VN), een nieuw akkoord bereikt. Deelnemende lidstaten hebben in het Kunming-Montreal Akkoord afgesproken om een derde van de wereld tot beschermd natuurgebied te maken. Dit volgt het Akkoord van Parijs van 2015 waarbij lidstaten hebben afgesproken hun CO2-uitstoot drastisch te verminderen.
In de context van klimaatverandering en grootschalig bos verlies zijn deze verdragen hoopvol. Door ontbossing in de tropen komt elk jaar 5 miljard ton CO2, het belangrijkste broeikasgas, in de lucht. Dit zorgt weer voor verergerde natuurrampen zoals bosbranden.
Volgens het Earth Observation Programme (programma voor satelliet observatie van de aarde) van de Europese Unie (EU) is er dit jaar bijna 1,5 miljard ton CO2 de lucht in gegaan vanwege bosbranden. Dit is een positieve feedback loop (terugkoppeling): meer CO2 in de atmosfeer, meer verwarming, meer bosbranden, meer CO2 in de atmosfeer, enzovoort.
De klimaatcrisis is duidelijk en drastische stappen moeten worden genomen. Met deze achterliggende gedachte moeten we ook voorzichtig zijn waar we mee akkoord gaan. Tijdens crises zijn mensen met macht vaak geneigd hun macht verder te consolideren.
Tim Forsyth, hoogleraar bij de London School of Economics, zegt hierover: “Crisisverhalen zijn het belangrijkste middel waarmee ontwikkelingsexperts en de instellingen waarvoor zij werken het recht claimen op rentmeesterschap over grond en natuurlijke hulpbronnen die ze niet bezitten.”
Ons crisisverhaal is dat Suriname één van de meest kwetsbare landen is voor klimaatsverandering. Daarom is de verkoop van miljoenen carbon credits een noodzaak. De winnaars van deze deal zijn de Surinaamse regering, de natuur, en een kleine groep consultants. Maar wie zijn de verliezers? Gaat de verkoop van koolstof in onze bossen tegen marktwaarde notabene ten koste van de waardering van ons bos?

“We zijn weer op een punt beland waarbij ons wordt gezegd wat het landschap goed voor is. Dit keer om carbon credits beschikbaar te maken voor multinationale bedrijven“

Carbon markets
Lidlanden van het VN-Raamverdrag inzake Klimaatverandering (UNFCCC), ook wel het Akkoord van Parijs genoemd, afgesproken om Nationally Determined Contributions (NDCs), ofwel nationaal vastgestelde doelstellingen, te ontwikkelen. Dit zijn nationale plannen die aangeven hoe landen hun CO2-uitstoot gaan verminderen. Suriname heeft een veelbelovende NDC. Gezamenlijk kunnen landen ervoor zorgen dat de gemiddelde temperatuur op aarde met maximaal 1,5 graden Celsius stijgt. Meer dan 2 graden wordt ons fataal. Voor Suriname betekent dat een zeespiegelstijging van één meter of veel meer.
Carbon markets (koolstofmarkten) zijn al eerder geïntroduceerd om het proces te faciliteren. Stel dat een land van plan is om CO2 uitstoot uit haar energie sector te verminderen. Er wordt geinvesteerd in windmolens. Die werken zo goed dat de CO2 uitstoot meer is verminderd dan verwacht. De extra vermindering kan worden verkocht als carbon credits.
De kopers van carbon credits zijn vaak andere bedrijven die wettelijk ook verplicht zijn hun CO2 uitstoot te verminderen. Een bedrijf heeft de keuze om te investeren in nieuwe technologieën of om carbon credits te kopen. Dit heet een offset. Hoe minder CO2-uitstoot wereldwijd is toegestaan, hoe meer de prijs per carbon credit omhoog gaat. Hoe hoger de prijs, hoe meer bedrijven geneigd zijn te investeren om hun uitstoot te verminderen.
REDD+-mechanisme
Carbon markets die zijn gekoppeld aan wettelijke verplichtingen die heten compliance of gereguleerde carbon market. De grootste daarvan is het Emission Trading System (ETS), ofwel emissiehandelssysteem van de EU.
Alle andere carbon credit-handel gebeurt op voluntary (vrijwillige) carbon markets (VCMs). REDD+ staat voor Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation (vermindering van emissies door ontbossing en bosdegradatie). Het financieringsmechanisme lijkt simpel. Indien een bos omgekapt dreigt te worden, misschien om een soya boerderij aan te leggen, kan er een betaling plaatsvinden om dat bos te behouden. Vaak betaalt een bedrijf uit welwillendheid. Soms koopt een bedrijf carbon offsets voor greenwashing, om haar imago te verbeteren.
Het REDD+-mechanisme is ingewikkelder in de praktijk. Stel dat een bedrijf heeft betaald om het door soja bedreigde bos te behouden. Niets stopt de sojaboer om een ander bos om te kappen om zodoende toch te planten. Het betalende bedrijf heeft nu bos beschermd en men spreekt van reduced emissions.
Vaak worden deze gerapporteerd door het land waar het bedrijf is gevestigd en ook het land waar het bos staat. Verder is de garantie dat het beschermde bos blijft bestaan best moeilijk. Het bos kan in één keer verdwijnen door een bosbrand of toch ontbost worden bij gebrek aan goed overzicht. Deze drie problemen vallen respectievelijk onder leakage, double counting, en permanence (lekkage, dubbeltelling en blijvendheid)
Eén van de belangrijkste onderdelen is het vaststellen van de historische ontbossing, ook wel baseline of Forest Reference Emissions Level (Frel) genoemd. De Frel bepaalt namelijk hoeveel emission offsets verkocht kunnen worden. Surinaamse bosemissies zijn gestegen van 4,6 miljoen ton in 2001 naar 13,6 miljoen ton in 2019. Onze beschikbare offsets zijn berekend door deze baseline (ijkpunt) te extrapoleren tot 2024.
Beloning voor goed beheer
Suriname is een high forest cover, low deforestation (HFLD) land met veel bosbedekking en weinig ontbossing. Met een lage ontbossing zijn er minder financieringsopties. Dit wordt als oneerlijk geacht. Immers, beweert Suriname, is de lage ontbossing bewijs van goed bosbeheer dat beloond moet worden. HFLD landen hebben zich gebundeld voor klimaatfinanciering mobilisatie. Tijdens een meeting in Suriname in 2019 is de ‘Krutu of Paramaribo Joint Declaration’ geschreven door alle HFLD-landen.
Verschillende organisaties, waaronder Conservation International Suriname, zijn al een poos bezig met dit vraagstuk. Als voorloper op een toekomstige REDD+-deal is een project uitgevoerd: Introducing a Natural Capital Asset Class in Global Exchange Markets: The Central Suriname Nature Reserve. Het doel …