Dak- en thuislozen AK-stadion ‘vertrouwd’ met zuster Petrusie

door Arjen Stikvoort
PARAMARIBO— De desinfecterende citronellageur komt je tegemoet. Het ruikt fris en schoon. Het sanitair van het André Kamperveenstadion, dat sinds 20 juni een centraal onderkomen biedt aan de dak- en thuislozen, wordt gretig gebruikt door de doelgroep. Een man poetst zijn tanden. Een andere man scheert zichzelf en een derde frist zich op. Een paar keer per dag wordt er eten en drinken voor hen aangeleverd vanuit verschillende organisaties.
Het in- en uitlopen van het stadion is niet geheel vrijblijvend. Alles wordt onder toezicht gedaan. De verantwoordelijke daarvoor is verpleegkundige van het Psychiatrisch Centrum Paramaribo (PCS) Madjerien Petrusie. “Ik doe dit werk met veel plezier. De Here heeft mij de kracht gegeven dit te doen. Ik kan niet zeggen dat het zwaar is. Maar Hij geeft precies dat wat goed is.”
Petrusie heeft een stralende lach op haar gezicht en dat valt op in een groep mensen waarvan het leed van de gezichten valt af te lezen. “Kijk, ik ben al dertig jaren verpleegkundige. Ik ken de mensen en zij kennen mij. Ik ben een vertrouwd persoon voor ze. Daarom kan ik het werk doen en kunnen zij zich makkelijk bewegen. Ik ben er elke dag.”
Vrijheid, blijheid
Tussen negen en tien uur ’s ochtends opent zij de poort van het AK-stadion. De dak- en thuislozen kunnen dan naar binnen. De poort blijft tot 16 of 17 uur open. “Want dat is belangrijk. De mensen moeten vrij zij. Sommigen komen, frissen zich op, eten wat en gaan dan weer de straat op. Ze hebben een hossel in de stad, zodat ze toch nog een centje verdienen.”
De opvangplek is door de overheid geregeld. Het is bedoeld om de dak- en thuislozen een centraal punt te geven vanwaaruit ze door verschillende instanties verder geholpen kunnen worden met hun verdere leven. Districtscommissaris Ricardo Bhola van Paramaribo Noord-Oost wil met de opvangplek ook meer ordening, organisatie, beheersing en handhaving bewerkstelligen.
De groep dak- en thuislozen wordt dagelijks van eten en drinken voorzien, maar er moet nog wel wat meer structuur en regelmaat in de opvang komen. “Zo moeten de (zorg)instanties nog aankloppen om de mensen verder te helpen. Denk aan de ID’s, de SZF-kaarten, sommigen hebben misschien nog recht op een pensioen. Ook moeten we nog een en ander verbeteren voor het sanitair, bedden(goed) en andere dingen,” legt de verpleegkundige uit.
Streamer: ‘Ik vind het een beste plek.  Het is beter dan ergens op straat. Maar mijn dokterskaart moet wel snel geregeld worden. Want ik ben al vier weken ziek’ – Dak- en thuisloze Owen-
SZF-kaart
Op de fiets komt Owen aangereden. Hij hoest een beetje, maar kijkt helder uit zijn ogen. “Ik vind het een beste plek. Het doet zijn werk. Het is beter dan ergens op straat. Maar mijn dokterskaart moet wel snel geregeld worden. Want ik ben al vier weken ziek. Als dat in orde is, ben ik helemaal blij. Zuster Petrusie begeleidt ons goed. We zijn blij met haar. Ik ben hier elke dag. Ik slaap hier ook.”
Het is niet druk in en rondom het stadion. Slechts een handje vol dak- en thuislozen hebben er vrijdag hun plek gevonden. De één slaapt tegen de muur op een matras, de ander kijkt wat voor zich uit. De sfeer is gemoedelijk. “Er zijn geen bijzondere dingen gebeurd. Vechtpartijen hebben we niet aan de hand gehad. Gelukkig maar. Wel bekvechten. Maar dat hoort er een beetje bij. Verder zijn de mensen heel vredelievend met elkaar. Ze dammen, spelen kaart en ze helpen ook om de buurt schoon te houden. Ze zeggen: ‘zuster laat me hier rustig leven. Bid met me. Ik wil ook geholpen worden’.”
Haren geknipt
Meneer Wielzen is een van de mannen die het stadion regelmatig aandoen. “Ik woon niet hier, maar kom vaak in het AK-stadion, omdat ik op mijn kamer waar ik woon, geen rust krijg”, vertelt hij. “Het zit vol met junkies daar. Hier heb je de zuster die je goed kan helpen. Ik ben blij.” Demengo zit er ook al vanaf het begin. Hij is tevreden. “Het is honderd procent erop vooruit gegaan. Voorheen zaten we aan de Waterkant. We moesten alles daar doen onderaan de Marinetrap; kleren wassen, naar het toilet gaan. Nee, dit is vele malen beter. En ik ben een kapper. Dus zorg ik dat de haren van de mensen netjes geknipt zijn.”
Petrusie is aangesteld om zes maanden dit werk te doen. Maar dat betekent niet dat na die termijn de opvang op deze centrale opvangplek zal stoppen. “Er moet een duurzame oplossing voor de mensen komen. Misschien wordt er een andere locatie gevonden, misschien blijven we in het AK-stadion. We zijn de Here dankbaar dat …