COMMENTAAR: Slechte verliezer of pestgedrag?

IN ELK DEMOCRATISCH geregeerd land heeft elke persoon, bedrijf, instantie of overheid het recht om in een strafzaak genoegdoening te zoeken. In veel gevallen gebeurt dat tot zelfs in hoger beroep en dan is men uitgeprocedeerd. Echter, Nederland heeft nog een hoger rechtscollege, de Hoge Raad. Rechtzoekenden maken alleen in het uiterste geval  gebruik van deze instantie. Men spreekt dan van cassatie instellen.
Overigens, de Hoge Raad stelt geen eigen onderzoek in naar de feiten, maar baseert zich op de feiten die de feitenrechter heeft vastgesteld of bewezen verklaard. De Hoge Raad toetst of de feitenrechter het recht juist heeft toegepast en de uitspraak deugdelijk heeft gemotiveerd. Het college wijst dus geen vonnis.

Hoewel het OM eerder in de afgelopen vier jaar twee keer op de vingers is getikt weigert het zijn ‘verlies’ te aanvaarden

Vier jaar geleden werd op Schiphol 19,5 miljoen euro van drie Surinaamse banken in beslaggenomen op verdenking dat het zou gaan om witwas geld. Het Openbaar Ministerie (OM) nam geen genoegen met de uitleg van de Centrale Bank van Suriname, die namens lokale banken de geldzending had verzorgd en weigert sinds toen het geld vrij te geven, ondanks twee veroordelingen, op basis van rechtszaken die van Surinaamse kant zijn aangespannen.

ADVERTISEMENT

Twee weken geleden besliste het Amsterdamse Gerechtshof  dat de beslaglegging ongegrond is en het geld moet worden vrijgegeven, nadat eerder al een lagere rechtbank een soortgelijk oordeel had gegeven. Toen op 10 januari  de voor Suriname gunstige uitspraak bekend werd, slaakte de financiële wereld een zucht van verlichting, hoewel bekend was dat de mogelijkheid van cassatie door het OM open stond  en dat gebeurde inderdaad.
Hoewel het OM eerder in de afgelopen vier jaar twee keer op de vingers is getikt – eerst door de lagere rechtbank en vervolgens door het Amsterdamse Gerechtshof – weigert het zijn ‘verlies’ te aanvaarden. In plaats van zijn wonden te likken, grijpt het de laatste strohalm – de Hoge Raad – om te proberen alsnog zijn gelijk te halen.
Het Nederlandse OM toont zich hiermee een slechte verliezer en jaagt Suriname, dat het financieel al moeilijk heeft, nog verder in advocaten- en gerechtskosten. Bovendien wordt de banken de mogelijkheden ontnomen om aan sommige verplichtingen te voldoen.  Bijna twintig miljoen euro is voor Surinaamse begrippen een groot bedrag.
Hoewel het OM van alle rechtsmiddelen gebruikmaakt, wat in het Nederlandse bestel mag, zou verwacht mogen worden dat na eerdere terechtwijzingen door de rechtbank en het gerechtshof, het OM zou inbinden. Maar neen, het weigert om met de staart tussen de benen toe te geven fout te zijn geweest.
Dit gedrag van het Nederlandse OM zou op zijn zachtst gezegd mogen worden aangemerkt als pesten en daarmee proberen zijn geschaad hachje te redden. De Hoge Raad kan het cassatieberoep verwerpen of de bestreden uitspraak vernietigen.
Na vernietiging volgt meestal verwijzing van de zaak naar de feitenrechter om opnieuw berecht te worden. Soms kan de Hoge Raad de zaak zelf afdoen. Wanneer een uitspraak mag worden verwacht, is op dit moment niet te zeggen.
Het is te hopen dat Suriname alsnog het gelijk aan zijn zijde krijgt en dat het Nederlandse OM met het schaamrood op de kaken zijn gezichtsverlies zal erkennen en aanvaarden. En dat het niet met een vergroot glas nieuwe mogelijkheden zal zoeken voor een volgende fase van landje pesten.