COMMENTAAR: Belang van Suriname

MINISTER ALBERT RAMDIN van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis) lijkt nog niet van het voornemen te zijn afgestapt om een Surinaamse ambassade in de historische stad Jeruzalem in Israël te vestigen. Dat bleek woensdag uit zijn woorden voorafgaand aan de wekelijkse vergadering van de ministerraad.
Hij zegt dat de regering zal handelen in het ‘belang van Suriname’ en de komende tijd gesprekken gaat voeren met alle organisaties, ook die tegen een diplomatieke vertegenwoordiging in de omstreden stad zijn. Hij repte met geen enkel woord over wat zijn beweegredenen n om twee weken geleden aan zijn Israëlische collega Yair Lapid van Buitenlandse Zaken toe te zeggen dat Suriname een ambassade zou openen. Hij bracht dat, afgaande op de reactie van Lapid, als een voldongen feit.
Voor iedereen in Suriname was het echter een complete verrassing dat er ook in Israël een post zou komen. Zelfs De Nationale Assemblee was hiervan niet op de hoogte. Maar dat Ramdin heeft toegezegd dat deze in Jeruzalem zou komen, druist in tegen de geopolitieke verhoudingen in de wereld en specifiek de gevoelige situatie in het Midden-Oosten. Hij heeft zich op zeer glad eis begeven door in feite Jeruzalem als hoofdstad van Israël te erkennen, iets waar vrijwel alle landen in de wereld (op vier na) zeer huiverig voor zijn. In Suriname is vooral vanuit de moslimgemeenschap fel gereageerd en zelfs binnen zijn eigen partij, de VHP, is er verzet. Parlementsvoorzitter Marinus Bee heeft al gezegd dat wat hem betreft De Nationale Assemblee een stokje voor de ambassade in Jeruzalem gaat steken.
Ramdin had er beter aan gedaan voor zijn reis zijn voornemens in eigen land te bespreken, dat zou van goed bestuur hebben getuigd. Hij lijkt vooralsnog zijn plan niet zonder slag of stoot op te willen geven. Hij wil natuurlijk geen gezichtsverlies lijden, vooral niet bij zijn Israëlische ambtgenoot waar hij mogelijk in ruil voor zijn toezegging enkele mooie deals heeft binnengehaald. Maar dat weten we niet, omdat hij nog geen verslag heeft uitgebracht van zijn laatste reizen.
Ramdin zegt nog rapportage te zullen uitbrengen aan president Chandrikapersad Santokhi. Die zal, als hij verstandig is, niet instemmen met het plan van zijn minister. Maar mocht de regering uiteindelijk tegen alle adviezen in toch besluiten Ramdin’s zin door te drukken en voor Jeruzalem kiezen, dan zou dat het belang van Suriname dat de Bibis-bewindsman zegt te behartigen, zeer waarschijnlijk enorm schaden. Het zal heel veel andere landen tegen het hoofd kunnen stoten waardoor reeds opgebouwde vriendschappelijke relaties op het spel worden gezet, met mogelijk ook grote economische gevolgen.