COLUMN: Water

GANGA / Sharda Ganga
Ik reed naar huis en zag verder weg in de Kleinestraat dat er een hele bedoening gaande was. Het leek erop, zo uit de verte, als zouden daar politieauto’s staan. Ik zag mensen in uniform, een behoorlijk aantal grote auto’s, mensen die druk heen en weer liepen. Is er weer iets engs en crimineels gebeurd? vroeg ik aan een buurtgenoot. Dat stukje van de straat heeft vaker gruweldaden gezien. Dat was vandaag niet het geval, het bleek dat er werd gekeken naar het  afwateringsding.
Ik kan dat afwateringsding ongeveer twintig dagen per jaar echt zien. Afwateringsding noem ik het maar even, want, is het een pomp? Is het een sluis? Is het erg dat ik het niet weet? (Welnee, ik weet andere dingen). De andere driehonderdvijfenveertig dagen in het jaar zie ik het ontwateringswerk niet, tot OW weer eens de bermen en het ontwateringsgevaarte  van onkruid ontdoet en de door luie onbeschaafde smeerlappen neergesmeten kapotte gasfornuizen en ander huisraad wegvoert. De smeerlappen interpreteren zo een schone berm als aanmoediging en binnen 24 uur liggen daar weer een kapotte fiets en drie opengereten hoofdkussens.

Het is verbazingwekkend hoeveel verbazing mensen nog kunnen opbrengen elke keer als Paramaribo onder water loopt. Alsof ze het voor het eerst meemaken

Vandaag had het gevaarte dus bezoek. Waarschijnlijk regeringsbonzen enzo, zei de buurtgenoot, en ik beet op mijn tong om niets te zeggen over crimineel en eng. Thuis aangekomen las ik ergens dat er een sluiswachter was die niet op zijn plek was de afgelopen dagen en dus de sluizen niet op tijd open had gemaakt, vandaar dat het water niet direct werd afgevoerd. Of het waar is weet ik niet – ik zal hopen van niet. Maar als het wel waar is, dan stel ik voor dat minister Bronto precies daar begint met het saneren van het overheidsapparaat.
We n dus gigantisch onder water deze week en het is echt frappant om te zien hoe mensen reageren. Het is verbazingwekkend hoeveel verbazing mensen nog kunnen opbrengen elke keer als Paramaribo onder water loopt. Alsof ze het voor het eerst meemaken. En ja, het was een raar soort onderlopen deze keer, heftiger, dieper, onvoorspelbaarder dan gewoonlijk.  Het is slechts een voorproefje, beste mensen.
Het is de schuld van Chan en Riad klinkt het uit kelen die drie jaar terug het lied ‘tis Bouta’s schuld’ tot nummer één hit maakten. Uiteraard is het geheugen van de pro-Bouta fanatici door het water weggewassen – als je hun hoort zou je denken dat wij voor het eerst blank stonden. De schuldvraag is ingewikkeld. We hebben een ontwateringsprobleem en we hebben een klimaatprobleem.  
Op zulke momenten is het goed om enig perspectief te hebben. Ook in Guyana is er een wateroverlastprobleem, ook in andere landen op dit continent, in India, de Filippijnen, noem maar op. Elk jaar zien we de beelden van ondergelopen steden. En dit jaar zien we de beelden in de Verenigde Staten waar hele natuurparken veranderden in kolkende stromen; vorig jaar zagen we hele dorpen in van België en Nederland verdwijnen onder het water. We zijn niet zo uniek, wil ik maar zeggen.
Is het de schuld van klimaatverandering? Welnee. Het is de schuld van de mens die klimaatverandering heeft veroorzaakt. Het is de menselijke hebzucht, de kortzichtigheid van politieke leiders die alleen aan hun eigen belang en dat van hun vrienden denken. Is het een ontwateringsprobleem? Ook dat, natuurlijk. Dat is voor een deel ook onze eigen schuld, de morserij die zovelen op straat gooien, de autobanden en ijskasten die in kreken worden gedumpt. Maar bovenal is het de schuld van de politieke leiders die alleen aan hun eigen belang en dat van hun vrienden denken. Had ik dat al gezegd? Voor de zekerheid nogmaals: het is de schuld van kortzichtige politieke leiders die vooral aan hun eigen belang en dat van hun vrienden denken.-.
gangadwt@gmail.com