Column: Wan ogri tjar’ wan bun

Dat de Surinaamse Voetbal Bond het minimale doet als het op de veiligheid van spelers aankomt, is publiek geheim. Het geval van een speler die tijdens een interland een ernstige beenfractuur opliep en vervolgens aan zijn lot is overgelaten door de moederorganisatie, is ons nog vers in het geheugen. De voetballer in kwestie was niet meer in staat om normaal te lopen (hij bewoog zich moeizaam voort middels een kruk), dreigde zijn baan te verliezen en als gevolg daarvan aan de zelfkant van de maatschappij te belanden. Pas na inmenging van de stichting Equal Opportunities for All, bood het toenmalige ministerie van Sport & Jeugdzaken de helpende hand en werd ervoor gezorgd dat hij nogmaals geopereerd kon worden. Hoewel deze jonge Surinamer niet meer in staat is om te voetballen, kan hij gelukkig nog wel zijn brood verdienen en zo zijn gezin onderhouden.

Wie had gedacht dat de SVB van dit voorval zou leren en voortaan respectvol zou omgaan met sporters die onder hun verantwoordelijkheid vallen, heeft het glad mis. Onlangs is bekend geworden dat de moederorganisatie wedstrijden afwerkt, zonder te zorgen voor EHBO en een ambulance. Toen ik dat bericht hoorde, wist ik niet zo goed onder welke noemer deze misser geplaatst moest worden. Is het onverschilligheid, respectloosheid, krenterigheid, onnozelheid of grove nalatigheid?  Het verwijt van onverschilligheid zou op zijn plaats zijn, omdat het lijkt alsof de boboo’s niet geïnteresseerd zijn in het welzijn van de spelers. Als een organisatie zich niet druk maakt om het welzijn van de spelers, kan hen respectloos handelen worden verweten. Als de medische assistenten uit financiële overwegingen niet aanwezig waren, kan gesteld worden dat de SVB krenterig is. Als de bestuurders ervan uit gaan dat er een aantal wedstrijden niets verkeerd is gegaan en er dus geen medische assistentie nodig is, zijn ze onnozel. Tenslotte kan hen grove nalatigheid worden verweten omdat er bij een contactsport altijd iets verkeerd kan gaan en er gevallen te over zijn, waaruit blijkt dat het zelfs fataal kan aflopen. Ik breng u terug naar de Europese kampioenschappen toen een speler acuut medische hulp nodig had.

Het leven is het hoogste goed van de mens, dus kunnen we het ons niet permitteren om nonchalant ermee om te gaan. De verenigingen moeten zich ervan vergewissen dat er medische assistentie aanwezig is, voordat ze beginnen aan een wedstrijd. Er kan altijd een medische noodsituatie ontstaan die deskundige hulp vereist, dus moet er geweigerd worden om te spelen als er geen EHBO’ers aanwezig zijn. Er moet een spelersvakbond komen die dit soort zaken controleert en eist dat er bij elke wedstrijd medische assistentie aanwezig is. Het is aan de ene kant erg jammer dat een speler dusdanig geblesseerd is geraakt en naar het ziekenhuis moest worden afgevoerd, maar geen professionele hulp kon krijgen. En als dat nog niet genoeg is, moest hij in plaats van met de ambulance, met de spelersbus vervoerd worden naar het ziekenhuis. Aan de andere kant kregen we door deze calamiteit, lucht van een ongewenste situatie: wan ogri tjar’ wan bun.

Door de ernstige blessure is aan het licht gekomen dat het bestuur waarschijnlijk inkort op professionele zorg voor de voetballers. Had zich geen ongeluk voorgedaan, dan zou deze ongewenste situatie hoogstwaarschijnlijk voortduren. Dit is een zeer ernstige tekortkoming van het bestuur. Als zich een levensbedreigende medische noodsituatie had voorgedaan, zou er niet adequaat op gereageerd kunnen worden, met alle gevolgen van dien. Het is ongehoord dat geen van de organisatoren een helder moment had en zijn stem liet horen in het belang van de spelers. Ik spreek de hoop uit dat deze grove nalatigheid zich nooit meer herhaalt. Het is echt te gortig. Het leven is te kostbaar om er onzorgvuldig mee om te gaan!

Mireille Hoepel