COLUMN: Onderwijsdrama

GANGA / Sharda Ganga
Dat het erg schort aan de kwaliteit van ons onderwijs, dat zal je mij nooit horen tegenspreken. Dat het ons niet moet verbazen dat we worden geregeerd door domheid, en dan niet alleen in overdrachtelijke zin, ook dat spreek ik niet tegen. Dat er een verband bestaat tussen de kwaliteit van ons onderwijs en de kwaliteit van regeren en regeerders, dat is een voor de hand liggende conclusie.
De ontluisterende staat van ons onderwijs wordt continu gedemonstreerd, ook op allerhande onverwachte manieren en momenten. Zie ter illustratie de recente ophef over de kwaliteit van ons onderwijs. Het is bar en boos, werd weer eens geklaagd, nu naar aanleiding van een blaadje uit een leerlingenschrift dat werd rondgestuurd.

Vanaf de minister de doorstroomregel vorig jaar heeft ingevoerd zijn kinderen pardoes massaal dommer geworden

De gewenste en geuite conclusie was dat deze pagina, die demonstreerde dat de leerling niets van de opdracht terecht bracht, het bewijs was dat de doorstromingsregeling die vorig jaar van kracht is gegaan, de laatste nagel was aan de doodkist van het openbaar basisonderwijs in Suriname. Ik hoorde zelfs een nieuwsbericht langskomen waarin bijna letterlijk werd gesteld dat kinderen niet meer kunnen lezen en schrijven sinds de doorstromingsregel.
Met andere woorden: sinds er een doorstroomregel is waarbij kinderen niet meer ‘blijven zitten’ op de basisschool zijn kinderen spontaan hun lees- en schrijfvaardigheid kwijtgeraakt. Vanaf de minister de doorstroomregel vorig jaar heeft ingevoerd zijn kinderen pardoes massaal dommer geworden.
Een leraar weeklaagde dat ze niet meer wist hoe ze leerlingen moest stimuleren om wel ‘bij de les’ te blijven en hun best te doen. De kinderen zeggen doodleuk: “waarom zou ik mijn best doen? Ik ga toch over”. Met de handen in het haar zit de juf en ik zou heel graag ter plekke willen zijn om die handen uit dat haar te rukken.
Heb je andere manieren geprobeerd om de leerlingen te motiveren dan tegen ze te zeggen dat ze hun best moeten doen, wil ik vragen. Had je oog voor hun omstandigheden, de misère die ze elke dag meemaken vóór en na school? (En laat me van deze gelegenheid gebruik maken om scholen te verzoeken om een eenmalig praatje van zelf verheerlijkende mensen niet te verwarren met motivatie die werkelijk motiveert en handvaten biedt aan de leerlingen om verder te komen).
Tegelijkertijd weet ik dat het niet alleen aan de juf ligt. Onze hele samenleving demonstreert van alle kanten de hele dag door dat onderwijs, leren, je best doen, niet noodzakelijk is om later een fatsoenlijke boterham te verdienen. De snelste manier om een fatsoenlijke boterham te verdienen is op onfatsoenlijke manier.
En wie wil er nu een fatsoenlijke boterham als je een dik belegde onfatsoenlijke boterham kan pakken, via de politiek, de misdaad, milieuvernietiging, oplichting, zwendel, politiek, ah, dat had ik al gezegd. Als jouw dik belegde boterham ten koste  gaat van de samenleving, ten koste van kinderen, ten koste van de toekomst van die kinderen, ten koste van ons land, maak je daar niet druk om, want niemand heeft zich ooit druk gemaakt om jou.
De doorstroomregel heeft kwalen en valkuilen, maar de doorstroomregel is bij lange na niet zo kwalijk als het systeem dat we eerst hadden met leerlingen die ‘vanwege leeftijd’ naar de volgende klas mochten, niet omdat ze de stof beheersten. Met leerlingen die goed zijn in 80 procent van de vakken maar die toch een heel jaar opnieuw moeten doen omdat ze zwak zijn in de overige 20 procent.
Een systeem dat geen plaats laat voor het ontdekken en waarderen van verschillen in talenten. Met A- en B-richtingen en waardeoordelen op basis van je talenten. We hebben nog een lange weg te gaan voor de nieuwe regels goed werken, maar laten we vooral niet doen alsof de schoolproblemen van onze kinderen pas sinds vorig jaar zijn begonnen.