Bottleneck in productie is politiek

Het aantal mensen dat slecht gevoed, slecht gekleed of slecht geschoold is, rotte tanden of een slechte gezondheid heeft, van het padje raakt of van het rechte pad afwijkt, is omgekeerd evenredig met de economische groei en inkomensverdeling. Suriname heeft een economische achterstand omdat het geen maakindustrie heeft. De enige belangrijke industrie was de aluminiumfabriek in Paranam, maar zelfs toen werd er geen lepel, pot of pan gemaakt. De gemiddelde groei van de economie is de afgelopen decennia zeer mager geweest. Suriname is economisch gezien een kind met slechte rapporten en doublures. Het is niet te wijten aan gebrek aan land en grondstoffen. Suriname moet gewoon beter presteren.Economische groei vraagt om een andere politiek. President Santokhi doet zijn best en schudt in het buitenland handen om Suriname hierin te steunen, maar in eigen land is er veel weerstand en ondermijning om van koers te veranderen. Er moet iets veranderen want Suriname is een kwetsbaar importland en sterk afhankelijk van de wereldmarkt. Elke verstoring van die markt gaat onvermijdelijk gepaard met economische verstoring in Suriname. En omdat Suriname klein en zwak is gaat er altijd een sterke macht komen binnendringen. Zodat een realistisch buitenlandbeleid nodig is. Dus geen banden met schurkenstaten, maar met betrouwbare partners waar je op wilt lijken qua democratie, persvrijheid, vrije meningsuiting, rechtstaat, goed bestuur en welvaart. De huidige president kiest zijn vrienden beter dan zijn voorganger. Buitenlandse politiek mag geen dromerij zijn. Er moeten concrete doelen voor ogen zijn en geen angst voor ‘vuile handen’ als dat in belang is van de Surinaamse economie.Maar nu ter zake. Economische groei. Bosbewoners kennen geen economische groei, omdat ze in een hangmat liggen en als de maag begint te knorren, gaan de mannen jagen of vissen en graven de vrouwen wat knollen uit de grond. Er is geen productie, dus geen bbp. De bouwstenen van de moderne economie zijn kapitaal en arbeid. Dat zijn de moeren en bouten van de productie. In de leerboeken staat de formule: Q = f (K, L). De hoeveelheid productie Q hangt af van de vermenging van de productiefactoren kapitaal K (geld, materialen, machines, infrastructuur) en arbeid L. Hoe productiever de combinatie van de inputs K, L in het productieproces, hoe groter de output Q. Het is een eenvoudige voorstelling, maar dit is de basis van de productie. Toename van Q is toename van het bbp.

Dit zijn de Surinaamse knelpunten. 1) de Surinaamse regering heeft geen K. Alle binnenlandse besparingen gaan naar het ambtenarenapparaat en naar de verspilling. In de vorige regeerperiode werd de staatskas geplunderd en veel geld geleend dat niet voor productie werd gebruikt, maar in de magen werd geconsumeerd. 2) de productiefactor arbeid. Suriname heeft een kleine L. De bevolking is klein, slecht geschoold, betrekkelijk lui en tot op het bot verdeeld, al zijn er groepsverschillen in ijver, nijverheid, zuinigheid en discipline. 3) de grootste bottleneck is de politiek. De P van politiek komt niet voor in de formule, maar is wel de meest bepalende factor. De politiek wil overal een vinger in de pap, vaak vanwege machtsbehoud of machtsverdeling, en is een obstakel. De noodlijdende economie van Suriname is meer politiek dan technisch van aard. Maar dit is geen nieuws.

Risico- of durfkapitaal komt alleen als er vertrouwen is. Het imago van Suriname in het buitenland verbetert langzaam onder president Santokhi, ondanks een ‘President Delano’ die gebaseerd is op een ‘ware leugen’ uit Zuid-Korea en een nog steeds actieve drugsmaffia. Het ondernemersklimaat is vijandig. Het kost te veel tijd om alle formaliteiten af te handelen alvorens een bedrijf te beginnen. Nederland wil Suriname helpen om zakendoen makkelijker te maken. Maar dan moeten politici nederig en onderdanig zijn en ervoor zorgen dat regels niet worden overtreden of omzeild. De overheid zelf moet het toonbeeld van goed bestuur zijn. Bedrijven die zich bezighouden met export of importvervanging verdienen prioriteit en maximale ondersteuning, omdat ze valuta verdienen en besparen, wat nodig is om te investeren in meer productie- en exportsectoren en in beter onderwijs, gezondheidszorg, rechtsstaat en democratie.

Suriname heeft een groot gebrek aan menselijk kapitaal. Een gericht immigratiebeleid is nodig om Q te laten stijgen. Contractarbeiders kunnen worden ingevoerd voor die productiesectoren waar ze nodig zijn en kunnen na vijf jaar belasting betalen, voor de Surinaamse nationaliteit kiezen. Het is ook mogelijk om te kiezen voor het gebruik van minder L en meer K. Maar de inzet van relatief goedkopere arbeidsmigranten is voordeliger dan de duurdere productiefactor K (import van zeer dure machines ter vervanging van arbeiders). Hoe dan ook, het gaat om het beste gebruik van kapitaal en arbeid om de meeste Q uit de K–L-mix te halen. Uiteindelijk bepaalt K en doet L wat hem wordt opgedragen en …