BESTUURLIJKE ELLENDE GECREËERD DOOR MISLEIDING EN LEUGENS

Er zijn inmiddels vele rapportages van gezaghebbende instituten gepubliceerd, waaruit duidelijk af te leiden is, dat valse en misleidende informatie is gebruikt om de verkiezingsuitslag van 2020 te beïnvloeden. Verwezen wordt onder andere naar de internationale rapportages IMF artikel IV reports 2019 en 2021, de rapportage van de Nederlandse regering aan de tweede kamer, het EMFI 2021 ‘Smoke and Mirrors’, het informatiebulletin VES en het recent in juni 2022 gepubliceerde en gecontroleerde jaarverslag 2019 van de CBvS. Uit al deze publicaties kan geconcludeerd worden dat de informatieverschaffing aan het volk in 2020, in strijd met de waarheid was. Schokkend is de vaststelling dat verschillende mediahuizen en hooggeplaatste politici zich hebben laten misbruiken om zonder hoor en wederhoor, dus zonder verificatie, de onjuiste en ongefundeerde informatie te verspreiden. Deze ongefundeerde uitspraken en onterechte verdachtmakingen zijn tot in de rechtspraak geïnfiltreerd, getuige het onsamenhangende vonnis in bijvoorbeeld de CBvS-case. Tenminste één internationale organisatie heeft zich in niet mis te verstane bewoordingen, uitgesproken over deze ongefundeerde verdachtmakingen.
GEVOLG VAN GEKOZEN BELEID REGERING-SANTOKHI
Suriname wordt mede vanwege het uitblijven van goed financieel en monetair bestuur, geconfronteerd met steeds verder stijgende koersen, werkloosheid, criminaliteit en armoede. Dit bevestigen de rapporten van het IMF, EMFI, de VES en de Nederlandse regering in zijn recente beantwoording van Tweede Kamer- vragen.
In zijn rapportage naar de Tweede Kamer, beaamt ook de Nederlandse regering het volgende: “Het is bekend dat de Surinaamse munteenheid sinds september 2020 een sterke waardedaling heeft ondergaan. Onderdeel hiervan was het besluit van de Centrale Bank van Suriname om de wisselkoers in september 2020 aan te passen. Dit was onderdeel van een breder pakket aan maatregelen van de regering Santokhi.”
Nu ook de VES waarschuwt dat de gemeenschap zijn dollar deposito bij de banken kan kwijtraken, is het oppassen geblazen. Deze onzekerheid schaadt het reeds wankele vertrouwen in het economisch beleid van de regering.
De keuze om de betalingsverplichtingen niet na te komen en de vreemde valuta die daardoor vrijkomt in te zetten voor het financieren van begrotingstekorten, is allesbehalve prudent beleid te noemen. De afwezigheid van vertrouwen in een Herstelplan en het gevoerde beleid van de regering, wordt bevestigd met het vertrek van een minister van Financiën en al zijn adviseurs.
VERTROUWENSCRISIS
De vele financiële schandalen en het uitblijven van behoorlijke acties door het Openbaar Ministerie en de regering, los van het instellen van inefficiënte en partijdige presidentiële commissies, vergroten dit wantrouwen. Dit wantrouwen is inmiddels uitgegroeid tot een vertrouwenscrisis in de gehele Trias Politica. Dit is door vele rechtsgeleerden, internationale organisaties (INTERPOL) politieke en mensenrechtenorganisaties reeds bevestigd. Het wordt een zeer moeilijke opgave voor de Trias Politica om dit vertrouwen te herwinnen. Het niet transparant, geniepig en het beschermend handelen naar elkaar toe door de drie machten, maakt de onrust vele malen groter. Het is een taak en een plicht van de Trias Politica om zich in te zetten voor de bewaking en bescherming van de democratie en de rechtsstaat. Het behoeft geen betoog dat zelfs een blinde kan zien, dat onrecht en onwaarheden geleid hebben tot de bestuurlijke wisseling en nu al twee jaar het land bestuurt.
BELEID EEN STRAFBAAR FEIT?
Nu ervaart de uitvoerende macht ook hoe het besturen haast onmogelijk is geworden door het inzetten van het strafrecht als politiek wapen teneinde eerdere gemaakte beleidskeuzes in het daglicht van corruptie te plaatsen, ondanks dat deze beleidskeuzes zijn gemaakt om het land financieel draaiende te houden. Dat het de juiste beleidskeuzes zijn geweest, blijkt ondubbelzinnig uit het IMF-rapport artikel 4, dat een groei voorspelde en het CBvS-jaarrapport 2019, dat afsluit met een winst voor de Bank. Dat het strafrecht misbruikt is, wordt door Interpol duidelijk gemaakt, door de politieke strafvervolging van het beleid en de beleidskeuzes van de vorige minister van Financiën en de Centrale Bank van Suriname. Het Openbaar Ministerie begint daardoor heel zwaar in te boeten aan geloofwaardigheid en het vertrouwen dat het onafhankelijk functioneert. Het Openbaar Ministerie neemt de rechterlijke macht ook mee in de terugval in vertrouwen. Het leugenachtige beleid waarbij het strafrecht als politiek instrument wordt ingezet tegen beleidskeuzes van de vorige bestuurders, begint zijn tol te eisen. Los van het inhoudelijke, was dit geen taak voor de strafrechter. Het gaat om bestuurlijke/beleidskeuzes om het land draaiende te houden.
TEGENSTRIJDIGHEDEN
Andere voorbeelden die het vertrouwen in het Openbaar Ministerie ondermijnen, zijn de inactiviteit van het Openbaar Ministerie in het SLM-schandaal, waarbij de top duidelijk betrokken is, de CBvS-reçufraude, waar de governor en de minister van Financiën zich van distantiëren. Ook de HPSG en Sabaku-kwestie, waarbij politieke ambtsdragers openlijk bekendmaken dat wettelijke voorschriften zijn overtreden. Verder hebben wij nog de inactieve zijde van het Openbaar Ministerie in de gevallen Surfin I en II, en een miljardenlening van een obscuur Italiaans bedrijf, waarbij de minister van Financiën zelfs tekent namens de governor van de Centrale Bank. Een ander bizar voorbeeld van belangenverstrengeling, is die waarbij zelfs statuten werden aangepast om de echtgenote van de president te faciliteren. Alle bovenstaande voorbeelden hebben een zwaar vertrouwen ondermijnend effect.
De Surfin-achtige constructies behoeven … ………… (.)

Lees verder

Bron: . Suriname