Achaibersing: “Ik neem mijn verantwoordelijkheid; zaken konden voorkomen worden”

Minister Armand Achaibersing van Financiën en Planning heeft vandaag in het parlement aangegeven, dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt in de reçu-fraudezaak. Volgens de minister hebben zich zaken op het ministerie voorgedaan die voorkomen konden worden. Achaibersing zei dat vragen over de controle van het ministerie of de betalingen die zijn uitgevoerd wel corresponderen met de opdrachten, terecht zijn.
“Ik wil niet het verwijt krijgen dat ik de schuld van deze affaire leg in de voeten van mijn voorganger. Ik accepteer de verantwoordelijkheid van wat er gebeurd is. Maar wat gebeurd is, is niet zonder reden,” sprak de bewindsman.
Hij legde uit dat in het verleden betaalopdrachten via een simpele e-mail van de secretaresse van de minister naar de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) werden verstuurd. De meeste betalingen van reçu’s liepen toen via SPSB. De overmakingen werden uitgevoerd en pas achteraf werden de onderliggende stukken opgestuurd. Door de werkwijze die gevolgd werd, is er een enorme achterstand en chaos in de administratie ontstaan.
“Aan de werkwijze van betaalopdrachten via e-mail heb ik gelijk na mijn aantreden een eind gebracht. Alle betalingen vinden momenteel plaats op basis van een schriftelijk stuk welke wordt getekend door twee procuratiehouders. Er vinden geen betalingsopdrachten plaats via e-mail,” stelde Achaibersing.
Hij deelde ook mee dat in april een traject in gang is gezet voor het in kaart brengen van alle achterstallige betalingen en na te gaan welke reçu’s al betaald zijn, welke niet betaald zijn of welke misschien dubbel zijn betaald.
Achaibersing benadrukte dat hij zich niet kan verschuilen achter de administratie die een puinhoop was. “Dit ontslaat mij niet van mijn verantwoordelijkheid als minister die als politieke hoogste persoon op het ministerie, verantwoordelijk blijft voor alle steken die men laat vallen op het ministerie. Maar wat ik niet zal accepteren, is dat ik als dader word bestempeld. Dat is voor mij onacceptabel,” sprak de bewindsman.
Naast het strafrechtelijk onderzoek is er een intern onderzoek ingesteld op het ministerie. Het onderzoek richt zich op twee trajecten namelijk het onderzoek op hoe dit heeft kunnen plaatsvinden en vervolgens het identificeren en implementeren van maatregelen om herhaling te voorkomen.
“Nu wordt er gebruikgemaakt van extra veiligheidskenmerken bij de opgestuurde betaalopdrachten en zijn er met de Centrale Bank afspraken gemaakt voor additionele controles,” zei Achaibersing. Het tweede traject is het nagaan als er nog andere gevallen zijn, daarbij zal terug worden gegaan naar 2020 en de jaren daarvoor.
De bewindsman gaf aan dat er een proces in gang is gezet om te voorkomen dat dit in de toekomst weer gebeurt. Wat van belang is voor de minister is het terughalen van de gelden. Het proces is door de justitiële autoriteiten in gang gezet om de gelden terug te krijgen. “Ik ben ervan overtuigd dat de gelden terug zullen vloeien in de boezem van de staat,” aldus Achaibersing.