Betreft reactie op in de media verschenen berichtgeving rond de geldzendingen van de Republiek Suriname

De Minister van Financiën heeft kennisgenomen van de recente berichtgeving met betrekking tot de vorig jaar door het Nederlandse Openbaar Ministerie ingenomen geldzending van EUR 19,5 miljoen van de Centrale bank van Suriname (‘CbvS’) en acht het noodzakelijk, duidelijkheid te verschaffen omtrent de noodzaak van geldzendingen en de keuze van de CbvS om zulks sedert 2013 op andere wijze in te richten.

Centrale bank van Suiriname

In de berichtgeving hierover worden recent speculaties gedaan rondom de keuze van de Correspondentbank van de CbvS en de gevolgde route om dergelijke omzetting van euro’s te faciliteren. Specifiek worden suggestieve vraagtekens geplaatst bij de stopzetting van geldzendingen door tussenkomst van De Nederlandsche Bank. De Minister hecht eraan te verduidelijken dat de economische context van het fysieke geldwezen en de verantwoordelijkheid van een Centrale bank met betrekking tot het beheren van de totale hoeveelheid geld op de markt bepalend zijn in die keuze.
De toegang tot de markt voor Amerikaanse dollars en euro’s, is niet vanzelfsprekend beschikbaar om commerciële banken in Suriname te faciliteren in het aantrekken en uitlenen van cash. De balans tussen de hoeveelheid fysiek aanwezige euro’s en Amerikaanse dollars in het land fluctueren naar gelang de periodieke behoefte aan beide valuta. Het tekort of overschot van een van beide valuta heeft direct invloed op de wisselkoers EUR/ USD ten opzichte van de Surinaamse munteenheid. In de loop van 2012 begon zich een materiële verandering in de vraag- en aanbodverhoudingen op de goud- en oliemarkten te voltrekken, die de prijzen van Suriname’s export goederen niet ongemoeid lieten; die daalden. De goudprijs brokkelde in 2013 en 2014 met gemiddeld 15% per jaar af en de olieprijs met ruim 9%. De eerder geschetste omslag in het prijsbeloop van onder andere goud en olie had zijn weerslag op de algemene bedrijvigheid in Suriname. Onder andere deze ontwikkelingen- de dalende inkomsten uit export van grondstoffen en de tendens van dollarisatie- zorgden voor het ontstaan van een tekort op de geldmarkt voor US dollars in Suriname; de vraag naar de Amerikaanse dollar werd verhoudingsgewijs te groot. Commerciële banken in Suriname hadden dringend behoefte aan US dollar cash flow maar werden ook gehinderd omdat de appetijt voor banknote trading vanuit de aanbieders van deze services steeds verder afnamen en zelf stil kwamen te liggen.
De geldzendingen die door tussenkomst van De Nederlandsche Bank tot 2013 werden verricht hadden enkel betrekking op de giralisering van aangeboden euro’s ter aanvulling van de nostro accounts van de commerciële banken in Suriname. De CbvS moest op zoek naar andere mogelijkheden ter structurele harmonisatie van de aanwezigheid van (en behoefte aan), euro’s en Amerikaanse dollars in het land. Met De Nederlandsche Bank had de CBvS geen Banknote Trading Agreement en het is ook nooit de intentie geweest van de CBvS deze aan te gaan. In het kader van het zoeken naar oplossingen zijn er gesprekken gevoerd met onder andere de Hong Kong Monetary Authority (HKMA) die drie financiële instellingen aanwees die mogelijk konden bijdragen aan de mogelijkheid tot corresponding banking en levering van US dollars. Uit de aangedragen kandidaten ICBC bank, HSBC bank en Bank of China (BoC) bleek de laatste het beste te kunnen voldoen aan corresponding banking en onze behoefte overschotten aan girale euro’s af te storten in het kader van betalingsverkeer van de Surinaamse banken en de levering van US dollars ter dekking van de fysieke tekorten in Suriname. Deze route van de geldzendingen Suriname – Nederland – Hong Kong heeft geen andere reden dan door het ontbreken van een rechtstreekse route en het feit dat Schiphol de enige trans-Atlantische bestemming is waarop vanuit Paramaribo wordt gevlogen. Deze geldzendingen voldoen aan strikte compliance eisen en worden vervoerd door gespecialiseerde transport bedrijven (Cash/Valuables In Transit “CVIT” ) die toegang hebben tot een breed scala aan hoog beveiligde maatregelen. Zij maken onderdeel uit van de reguliere economische activiteit van een Centrale bank.
Voor wat betreft de kanttekeningen die op zichzelf worden geplaatst bij de noodzaak van geldzendingen licht de Minister toe dat ontwikkelde economieën verder zijn om toegang tot liquiditeit geheel giraal te maken. De elektronische valutahandel vindt vaak plaats tussen banken onderling (interbancair). Echter, naast deze elektronische valutahandel blijft contant geld (cash), vooral in ontwikkelingslanden, een belangrijk betaalmiddel. Dat is niet beperkt tot Suriname. De handel in fysieke vreemde valuta vindt plaats tussen banken en niet-bancaire financiële instellingen. Groothandelaren in cash bankbiljetten zijn bijvoorbeeld wisselkantoren. Dat brengt risico’s met zich mee, maar is zeker niet ongebruikelijk. De CbvS is – net als Centrale banken over de hele wereld- bezig met de voorbereiding van een de-cashing beleid, echter het minimaliseren van cash uit het economisch systeem kan op zichzelf geen korte termijn doelstelling zijn … ………… (PBN)

Lees verder

Bron: Public News

vertaal, translate,翻译,traduction,traducción,translation